Het Twentse deel van de Tour 2009 van AtelierOverijssel is dinsdag 14 april afgesloten
AtelierOverijssel wil met het debat het buitengebied van de Twentse steden op de
bestuurlijke agenda zetten. Twente kan daarmee een voorbeeldfunctie vervullen
voor vergelijkbare opgaven elders in Nederland. Stad en land hebben altijd een
hechte relatie gekend: het land zorgde voor de voedselproductie van de steden.
In de loop der tijd is deze relatie verwaterd. Voedselproductie gebeurt elders
en ‘het land’ wordt steeds vaker gezien als recreatief uitloopgebied
voor de stedeling. Agrariërs maken plaats voor natuurontwikkeling,
wateropvang, woonmilieus en stedelijke functies. Tijd om vanuit de kracht van
het buitengebied integraal naar deze actuele opgave te kijken. “Twente kan
een pilot zijn voor het hele land. Alle voorwaarden zijn aanwezig”, stelt
Atelierleider Hilde Blank aan het begin
van de avond.
Groter, slimmer,
breder
Drie toonaangevende ontwerpers geven in twintig minuten hun
visie. Hank van Tilborg (H+N+S
landschapsarchitecten) over landschap en water: “Wateropgaven staan teveel
op zichzelf.” Er is veel te winnen door op grotere schaalniveaus
verschillende opgaven slim te stapelen. “Dus wateropgaven in samenhang
ontwikkelen met bijvoorbeeld recreatieve, stedelijke en groene opgaven. En door
breder te werken en wateropgaven meer culturele betekenis te geven: wat wil je
ermee uitdragen?”
Prikkelend is de presentatie van Pieter Jannink (MUST Stedenbouw). “Stad
en land staan in Nederland rug aan rug door de toenemende verdichting van dorpen
en steden, extra harde scheidingen die snel- en rondwegen veroorzaken en door
‘radicalisering van de natuur’. Natuurgebieden worden door de manier
van beheren, behekken en bewegwijzeren net zo ‘hard’ als de
stad.” Jannink pleit voor subtielere grenzen, meer verwevenheid en
uitwisseling. “Breng meer stad in het landschap en meer landschap in de
stad.”
Pepijn Godefroy
(LA4sale) zorgde met droge humor en prikkelende stellingnames voor een
scherpe bijdrage over landschapswonen. Opnieuw een pleidooi voor zachtere
stadsranden. “De overgang is prettiger als het land langzaam de stad
binnendringt.” Hij illustreerde dit met luchtfoto’s van harde
Nederlandse stadsranden en die van bijvoorbeeld Londen, Stockholm en Zurich.
“Een succesvolle metropool heeft een stedelijke kern met een fantastisch
landschap, waar de kern echt ín zit. In Zurich bijvoorbeeld tussen bergen
en een meer. Als metropool is Amsterdam niet interessant, maar met Twente kan
dat wel.”
Sleutelrol
gemeenten
In het debat dat volgt, wijst gedeputeerde Theo Rietkerk (Ruimtelijke Kwaliteit) van de
Provincie Overijssel onder andere op de cruciale (vertalende) rol van gemeenten.
En op de noodzaak opgaven behapbaar te houden. “Maak ze niet te groot. Dat
is dodelijk door de weerstand die het oproept.”
Annemiek Rijckenberg (VROM-raad) wijst als
co-referent op de het hoopgevende zelfbewustzijn dat tijdens het debat naar
voren komt bij de bestuurders. En op de waarde van ambitieuze ontwerpkennis
– “hoe provocerend soms ook” – waardoor de lat net even
hoger komt te liggen dan “zo doen we dat hier”.
Atelierleider
Hilde Blank sluit af met een boodschap voor de gemeenten. “Als de eigen
structuurvisies straks worden uitgewerkt, beantwoordt dan eerst de vraag: wat
vinden wij nodig om te agenderen en kijk daarna samen met anderen naar de
mogelijkheden. Dan krijgt de visie echt inhoud.”
Bekijk de beelden of download een uitgebreid verslag (PDF)
>>
Bekijk hier het Atelieradvies dat volgde
>>



