Voor de Vliegwiel Twente Maatschappij
(VTM) organiseerde AtelierOverijssel 28 en 29 januari een workshop over de
toekomst van vliegveld Twente. Vanuit haar onafhankelijke positie gaf
atelierleider Hilde Blank een paar concrete aanbevelingen. De werkbijeenkomsten
werden begeleid door atelierpartners Dienst Landelijk Gebied, Het Oversticht en
Architectuurcentrum Twente.
Bekijk hier een
film (3 minuten) over het werkatelier.
Bekijk hier het
advies dat volgde.
Drie onderwerpen stonden centraal in workshops
met ruim dertig belangenorganisaties:
1.
Werklandschappen langs de A1; Wanneer de A1 integraal onderdeel uitmaakt van de
gebiedsontwikkeling ontstaat er ruimte om ruimtelijk en programmatisch betere
keuzes te maken. Intensieve en verkeersaantrekkende programma’s kunnen
zich dan concentreren in de A1-zone, terwijl tegelijkertijd het vliegveldterrein
zelf zo groen en open mogelijk kan blijven.
2.
Programmatische invulling van het Oostkamp; verkeersaantrekkende
programma’s zijn hier niet gewenst, op activiteiten na die incidenteel
voor een piekbelasting zorgen. De aanwezigen zien een duidelijke indeling van
drukte aan de kant van de A1 en meer een luwe zone aan de kant van de
Oldenzaalsestraat. Voor het Oostkamp ziet het atelier kansen voor een tijdelijke
programmering of een broedplaatsfunctie waardoor er waardecreatie voor het
gebied op gang kan komen.
3. Beekherstel; het herstel
van de oorspronkelijke beken (dwars over het bestaande vliegveld) is denkbaar
(en optimaal), maar ecologisch en landschappelijk is het ook zeer interessant de
beekstelsels net ten noorden en zuiden van het vliegveld aan te takken op de
herstelde brongebieden - en dus niet de oorspronkelijke beken over het vliegveld
heen te ‘reconstrueren’.
AtelierOverijssel pleit ervoor om de
integrale gebiedsontwikkeling zo lang mogelijk vast te houden en bij elke stap
telkens te vragen of de ambities en doelstellingen worden bereikt. Verlies van
kwaliteit dreigt wanneer een ontwikkeling te snel uiteenvalt in programmatische
deeloplossingen. Het continue schakelen tussen schaalniveaus en tussen belangen
en sectoren is essentieel voor een hoogwaardige
gebiedsontwikkeling.
