Een andere eye-opener van de cyclus is dat de natuur geen zwak, hulpbehoevend onderwerp hoeft te zijn, dat met gelddonaties moet worden beschermd tegen de boze buitenwereld van de economie. Uit de gesprekken en de ontwerpen komt duidelijk het inzicht naar voren dat natuurontwikkeling ook een ‘selling point’ is voor de provincie.
Het stapelen met andere functies levert een grotere en
meer
toegankelijke natuur op in plaats van een klein gebied waar een aantal
soorten
wordt gered. Natuur als onderdeel van een cultuurlandschap biedt ook de kans om
meer mensen erbij te betrekken. Er moet niet meteen een ‘Hollands
handeltje’
ontstaan, maar een herwaardering van de waardevermeerdering van een gebied door
natuurontwikkeling moet in de realiseringsstrategie een grotere plaats krijgen
naast biodiversiteit en ‘natuurdoeltypen’.
Ook het belang van
de ‘casting’ van een gebied is beschouwd.
Vooraf moet een gebied worden getypeerd. Kan het door areaaluitbreiding of
koppeling groot genoeg worden gemaakt om de natuurlijke dynamiek vrij spel te
geven en nieuwe wildernis en ruigte na te streven? Of is het gezien de aard van
de locatie en de samenhang met het omringende gebied juist bij uitstek een
toplocatie voor mooie, arcadische boerennatuur? Je moet ook niet overal
‘Oostvaardersplassen-natuur’ willen (als dit ruimtetechnisch al zou
kunnen).
Het is geen kwestie van òf wildernis òf arcadisch landschap,
maar het hele
spectrum tussen ruige en geordende natuur kan aan bod komen. Dit is uiteraard
sterk afhankelijk van het formaat van de natuuropgave, van het type
landschap
en van de betrokkenheid van gebruikers/eigenaren. “We moet nadrukkelijk
niét
kiezen. Laat duizend bloemen bloeien”, aldus Jandirk Hoekstra,
atelierleider
van de eerste equipe.

