programma

Les V: Orkestreer een helder en geinspireerd proces

Het streven naar ruimtelijke kwaliteitswinst moet in het proces worden geborgd. Bij de realisatie van een (rond)weg zijn veel belangen betrokken. Vaak kennen de verschillende tracés voor- en tegenstanders. Tracébesluiten nemen betekent moeilijke keuzen maken. Iedereen te vriend houden, is per definitie onmogelijk.

Ga niet te snel aan de ‘keukentafel’ zitten met de direct omwonenden om iedereen mee te laten praten, maar bepaal eerst op het juiste schaalniveau met betrokken partijen (gemeenten, waterschappen, gebiedsbeheerders) de hoofdlijnen van het plan en het programma van eisen.

Als er sprake is van een vroegtijdige participatie van marktpartijen (bijvoorbeeld in geval van design-, construct- en maintenance contracten), stel dan heldere en controleerbare eisen aan vormgeving en inpassing. Stel zo eerst op bestuurlijk niveau (provincie, gemeenten) de hoofdlijnen en de onderhandelingsruimte voor de uitwerking vast. De landschapsvisie (zie les I) is het geëigende product om over de koers van het project een besluit te nemen.

Zorg ook voor een lichte vorm van externe toets op de kwaliteit van het project. Bij grote ingrepen is een kwaliteitsteam of supervisor raadzaam, die een aantal keren in het proces over de schouder meekijkt. Bij kleinere projecten kan de gemeentelijke welstand, al dan niet uitgebreid met een deskundig ontwerper, deze rol spelen.

Borg ook de aandacht voor het ruimtelijk ontwerp in het planproces. Het ruimtelijk ontwerp is bij alle keuzemomenten in het planproces aan de orde. Maak geen keuzes zonder de ruimtelijke consequenties in beeld gebracht en in de afweging meegenomen te hebben. Ruimtelijk ontwerp is aan de orde in de voorbereidingsfase (regiovisie, landschapsvisie), tijdens het MER-proces, de planvormingfase (wegontwerp) en de planuitvoering. Gaandeweg de planvorming wordt het ruimtelijk ontwerp gedetailleerder. Problematisch van het MER-proces is, dat volstaan kan worden met het vergelijken van de effecten die alternatieven voor de ingreep hebben voor bestaande kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit gaat over integraliteit, ook in de tijd: kan de ingreep ook een stimulans betekenen voor de toekomstige kwaliteiten (potenties) van een gebied, is dan de belangrijkste ‘check’-vraag. Kan het die op gang brengen? Of op zijn minst: snijdt de ingreep toekomstige kwaliteiten niet de pas af?

<< TERUG