Het streven naar
ruimtelijke kwaliteitswinst moet in het proces worden geborgd. Bij de
realisatie van een (rond)weg zijn veel belangen betrokken. Vaak kennen de
verschillende tracés voor- en tegenstanders. Tracébesluiten nemen
betekent moeilijke keuzen maken. Iedereen te vriend houden, is per definitie
onmogelijk.
Ga niet te snel aan de ‘keukentafel’ zitten met
de direct omwonenden om iedereen mee te laten praten, maar bepaal eerst op het
juiste schaalniveau met betrokken partijen (gemeenten, waterschappen,
gebiedsbeheerders) de hoofdlijnen van het plan en het programma van
eisen.
Als er sprake is van een vroegtijdige participatie van
marktpartijen (bijvoorbeeld in geval van design-, construct- en maintenance
contracten), stel dan heldere en controleerbare eisen aan vormgeving en
inpassing. Stel zo eerst op bestuurlijk niveau
(provincie, gemeenten) de hoofdlijnen en de onderhandelingsruimte voor de
uitwerking vast. De landschapsvisie (zie les I) is het geëigende
product om over de koers van het project een besluit te
nemen.
Borg ook de
aandacht voor het ruimtelijk ontwerp in het planproces. Het ruimtelijk ontwerp
is bij alle keuzemomenten in het planproces aan de orde. Maak geen keuzes
zonder de ruimtelijke consequenties in beeld gebracht en in de afweging
meegenomen te hebben. Ruimtelijk ontwerp is aan de orde in de
voorbereidingsfase (regiovisie, landschapsvisie), tijdens het MER-proces, de
planvormingfase (wegontwerp) en de planuitvoering. Gaandeweg de planvorming
wordt het ruimtelijk ontwerp gedetailleerder. Problematisch van het MER-proces
is, dat volstaan kan worden met het vergelijken van de effecten die
alternatieven voor de ingreep hebben voor bestaande kwaliteit. Ruimtelijke
kwaliteit gaat over integraliteit, ook in de tijd: kan de ingreep ook een
stimulans betekenen voor de toekomstige kwaliteiten (potenties) van een gebied,
is dan de belangrijkste ‘check’-vraag. Kan het die op gang brengen?
Of op zijn minst: snijdt de ingreep toekomstige kwaliteiten niet de pas
af?
