programma

Werken aan het landschap

De aantasting van kwaliteit van het landschap door en de ruimtelijke kwaliteit van en op bedrijventerreinen zijn een maatschappelijk issue geworden. In het hart van beschouwingen over de ‘verrommeling van NL’ staan beschouwingen over de aantasting van het landschap door bedrijventerreinen en de lelijkheid van bedrijfshuisvesting. AtelierOverijssel onderzoekt in het project: ‘van bedrijventerreinen naar werkmilieus’ – net als in de andere atelierprojecten – naar inhoudelijke concepten en handelingsalternatieven, die de ruimtelijke kwaliteit in regio en provincie kunnen verhogen.

Het zoeken naar alternatieve concepten om bedrijven te huisvesten was een belangrijke opgave in het kader van de voorbereiding van de provinciale Omgevingsvisie (2008). Het project zocht antwoord op beleidsvragen die zijn gericht op de omvang van de ruimtevraag, op het vergroten van de kwaliteit van bedrijventerreinen, op de eisen die kunnen worden gesteld aan de landschappelijke inpassing, op het accommoderen van lokale vraag en op het huisvesten van de groeiende groep niet aan bedrijventerreinen gebonden bedrijven.

Wat gaat er mis?

‘Elke kern zijn eigen bedrijventerrein’ is een adagium dat voor Overijssel zeker op gaat. Met bedrijvigheid in en aan het dorp is uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit ook niks mis. Een stoer bedrijfsgebouw (coöperatie, melkfabriek, uitgegroeide dorpssmid) hoort in het dorpssilhouet. Menging van wonen en werken op het niveau van het dorp zorgt voor een leven in de brouwerij. Maar er kan op een gegeven moment een onbalans ontstaan: het bedrijventerrein gaat het dorpsgezicht overheersen. Wat gaat er dan mis?

Het Projectteam van AtelierOverijssel heeft een aantal kwesties genoteerd die vooral kleine en middelgrote bedrijventerreinen in en aan kleinere en grotere kernen en steden betreffen. De gesignaleerde problemen zijn sterk verbonden aan het tot nu gangbare ontwikkelingsproces van bedrijventerreinen. Hierdoor krijgen bedrijventerreinen steeds meer het karakter van een ‘wegwerpproduct’, waarbij de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen gepaard gaat met een versnelde veroudering van de bestaande voorraad.

Andere belangrijke constateringen: Bedrijven zitten inmiddels overal (stippenkaart). Op 283 Overijsselse erven zijn bijvoorbeeld autobedrijven gevestigd. Het traditionele bedrijventerrein is teveel een ‘confectiepak’. Het domineert het aanbod, maar voldoet niet meer aan de gedifferentieerde vraag naar bedrijfshuisvesting.  Veel bedrijven die op een bedrijventerrein zouden moeten zitten, hebben zich daar grotendeels gevestigd. En omdat de groei de komende decennia vooral van het midden- en kleinbedrijf en de dienstensector komt - die niet per se een bedrijventerrein vereisen - is het de hoogste tijd om de mogelijkheden voor alternatieve werkmilieus – liefst in mengmilieus – te verruimen.

Het project ‘Werken aan het landschap’ doet een voorstel voor een nieuwe aanpak, die is gebaseerd op twee pijlers: aansluiten bij de eisen van het bedrijfsleven en een verhoging van de stedenbouwkundige kwaliteit.
Aan het bedrijfskavel op het bedrijventerrein wordt een drietal bouwstenen voor nieuwe werkmilieus toegevoegd:  het ‘bedrijven-erf’ (maximaal een kwart bebouwd en minimaal een kwart van landschappelijke inrichting voorzien), ‘de kamp’ (maximaal een derde bebouwd en minimaal een derde van landschappelijke inrichting voorzien) en het ‘bedrijvenlandgoed’ (minimaal 2-5 hectare groot, maximaal vijf procent bebouwd). De bouwstenen kunnen solitair of geschakeld in/aan het dorp of landschap worden gerealiseerd.

Aanbevelingen

Op basis van het onderzoek naar de bedrijvigheid in drie gemeenten langs de A1 en de verkenning van het palet aan bedrijfsmilieus komt AtelierOverijssel tot een vijf-sporen-aanpak. LEES VERDER >>

Download hier de eindpublicatie:
'Van bedrijventerreinen naar werkmilieus' (PDF, 14MB).


icoon_bedrijven icoon_verkeer icoon_landschap icoon_mensen